Skip to main content

Overweging bij Witte Donderdag

Uit mijn kindertijd herinner ik mij hoe mijn oma, die bij ons in woonde, op weg naar de Goede Week de jaarlijkse schoonmaak hield, van de kelder tot de zolder, met veel water en speciale zeep. Mijn broer, zus en ik moesten een handje helpen. We hadden een huis met 4 verdiepingen dus was er veel schoon te maken. Het hele huis rook daarna weer fris. Wijzelf voelden ons ook helemaal nieuw en schoon door de poetsbeurt. De boeteviering in de grote kerk in Sittard gaf nog een laatste zetje naar totale reinheid.

Mijn oma deed op kleine schaal hetzelfde als de Joden al vele eeuwen doen als ze een week lang hun goede dagen vieren: hun Pesach of Pasen. De Joodse paasweek is een lentefeest. Het is de viering van het nieuwe leven, niet alleen van de knoppen aan de bomen en de lammetjes in de wei, maar vooral van het nieuwe persoonlijke en gemeenschappelijke leven van alle gelovigen. Het moet de scheefgetrokken verhoudingen tussen mensen herstellen. De verkeerd gegroeide zaken opruimen. Een grote schoonmaak van ziel, lijf en leden.

Die grote schoonmaak, het eerste paasmaal van de Joden werd gevierd in Egypte, met ongedesemd brood dat men de smaak meegaf van bittere kruiden. Alles werd rechtstaande gegeten, de kleren met een riem opgeschort en de stok in de hand, klaar om als een dief in de nacht uit de slavernij weg te trekken. Een lam werd geslacht en met het bloed werden de deurposten bestreken. Een teken voor God om aan dit huis bij het voltrekken van het vonnis voorbij te gaan.

Pesach, feest van wat voorbij gaat. Zo vieren de Joden nog altijd Pasen: het feest van hun bevrijding, lang geleden uit Egypte, het feest van een gemeenschap die door de grote schoonmaak zichzelf opnieuw uitvindt als een volk met een menselijk en humaan gezicht, door God bemind en naar een menswaardige toekomst geleid.

 

In die nieuwe toekomst, het beloofde land, mag niemand ooit nog een ander slaaf maken, en niemand zal ooit boven een ander staan. Nooit meer Egypte. Eenmaal bevrijd van scheve verhoudingen en vernederende relatiepatronen, keert niemand terug naar het slavendom. Iedere mens zou voortaan voor God en in mensenogen gelijk zijn, als een geliefd en gewild kind van God.

Vandaag viert Jezus met zijn leerlingen op een heel eigen vernieuwde manier het Joodse Paasfeest. Een laatste maaltijd als een nieuw testament, met een stempel van God. Zijn testament wil deze wereld omgekeerd, de traditionele rolverdeling tussen slaaf en meester, arme en rijke, wordt vanavond doorbroken en van een nieuw zegel voorzien: Jezus wast zijn leerlingen de voeten.

Joden wassen vóór het begin van een maaltijd de gasten het stof van onderweg van de voeten, lekker opfrissen voor het eten. Een karweitje voor de huisslaaf. Jezus stond op, trok zijn bovenkleren uit en begon aan het slavenwerk. De leerlingen waren met stomheid geslagen, Petrus protesteerde.

Jezus wast zijn leerlingen de voeten niet vóór de maaltijd als een opfrissertje, maar tijdens het avondmaal. Hij geeft zich helemaal tot tweemaal toe, gebroken en gedeeld in brood en wijn, en als huisslaaf. Die meester genoemd wordt, neemt slavenwerk aan. De wereld op zijn kop.

Jezus laat in de voetwassing zien, dat geen mens boven een ander gesteld is, dat geen mens onderworpen is aan een ander. We kunnen onszelf als gelijke aan een ander geven en de ander ontvangen.

Het is niet genoeg om samen te komen en plechtig eucharistie te vieren. Het wordt een louter cultische handeling voor zon- en feestdagen als het niet leidt tot dienstbaarheid op maandag.

X