Overweging van Pastor Wim van Reen bij de 2e zondag door het jaar B

Pastores staan regelmatig mensen bij. Zieken en ouderen roepen een pastor voor ziekenzalving of ziekenzegen. Jonge ouders vragen om hun kindje te dopen, jonge stellen roepen een pastor als getuige bij hun jawoord. Nabestaanden vragen een pastor om de afscheidsdienst voor een dierbare te begeleiden. Mensen vragen een pastor om een luisterend oor bij levensvragen.

Elke roep is al door God gehoord, nog voor mensen woorden hebben gevonden. God gaat namelijk met ieders leven mee, wie of waar je ook bent en hoe het ook met je gaat. God hoort niet alleen de roepende, maar geeft ook richting aan het antwoord van de pastor. Mensen vragen en mensen antwoorden, maar God verbindt hen met elkaar.

Wie een pastor vraagt heeft vaak weet van de boodschap van God. De pastor zal trachten de vraag of het levensverhaal te beluisteren en loopt een stukje met iemand mee. Er zijn echter steeds minder mensen die zo’n vraag stellen, of een band met een pastor of de boodschap hebben. Er wordt ook minder over God gesproken, mensen zijn de woorden kwijtgeraakt of raken vervreemd van kerk en geloof.

Ouderen, opgegroeid met de vanzelfsprekendheid van kerk, voelen zich vaak nog thuis in de kerk, bij God of Maria. Gelukkig steekt Oma nog een kaarsje voor me aan, als ik examen moet doen, zegt een kleinkind. Haar Oma heeft nog een persoonlijke band met de beelden en de verhalen, is nog vertrouwd met Maria, met de kerk.

We zien ook jongeren de weg naar innerlijk leven vinden en ontdekken dat het leven niet alleen maar gaat om geld, werk en bezit. Ze kunnen het weldadig vinden een dienst bij te wonen, in stilte te zijn, om geroepen te worden door God.

Er moeten mensen zijn die het vuur van geloof brandende houden, ook al is dat soms een waakvlammetje. De kerk zelf is ook zoekende naar wegen om geloof levend en vitaal te houden. Ze noemt dit missionaire parochie. Deze wordt omarmd door Paus Franciscus.

Hij roept parochies op om naar buiten te gaan en relaties aan te gaan met mensen die zoekende zijn. Niet persé om hen mee naar binnen te sleuren, maar om hen bij te staan in hun zoektocht naar verdieping, verbinding en innerlijk leven.

En wij zijn het uiteindelijk niet zelf die dit klaarspelen, zegt de Paus, het is God die met zoekers op pad gaat, die kerkmensen de weg naar hen wijst, en hen met elkaar in geloof verbindt. We zouden kunnen zeggen: als God de kerk niet opbouwt, sjouwen de mensen vergeefs.

Vandaag begint de actie kerkbalans, waarin vooral aandacht gevraagd wordt voor de inkomsten van de kerk, zodat de kerk kan voortbestaan, zodat goede werken gedaan worden. Juist in deze coronatijd lopen kerken inkomsten mis en is uw bijdrage zeer welkom.

Kerkbalans is met elkaar het vlammetje van geloof bewaken. Met hulp van God samen ervoor zorgen dat het vlammetje mag groeien en een vuur mag worden waaraan mensen zich warmen. Een kerk die warmte uitstraalt, die vriendelijk en gastvrij overkomt, is een kerk die aantrekkelijk is om bij te willen horen.

Wanneer de sfeer er echter verbitterd raakt, zullen nieuwe mensen minder gauw de verbinding zoeken. Laten we dus de lamp van geloof brandende houden en geleid door God ervoor zorgen, dat de kerk een plek is, waar mensen mensen kunnen roepen en zich door God geroepen mogen weten. Waar mensen graag willen wonen, zomaar een dak boven wat hoofden, zoals Oosterhuis zegt.

Dan zou het toch fijn zijn als we tegen elkaar zouden kunnen zeggen: kom eens kijken waar ik in geloof woon. Kom eens kijken in mijn huis van gebed.

Kom eens kijken waar ik woon, zegt Jezus tegen leerlingen van Johannes de Doper. Johannes zegt tegen hen: Zie het Lam Gods. Ze gaan Jezus achterna en Hij zegt: Wat willen jullie? We willen weten waar je woont. Kom maar eens kijken waar ik woon.

Ze zien dat Hij in de liefde woont. Hij heeft niet veel nodig, zeker niet voor zichzelf. Zijn ogen zijn gericht op God en op mensen om hem heen, want Hij weet dat God in Hem woont en hij daardoor altijd thuis komt bij zichzelf en in God.

De twee leerlingen halen een broer erbij. Jezus ziet in Hem een van God gegeven kracht, om het fundament van geloof te kunnen leggen. Jezus zegt: Simon, Gij zult Petrus heten, Rots, want op jou zal God zijn kerk bouwen.

Nu de actie kerkbalans start, staan ook wij opnieuw voor Christus en ziet Hij ons in de ogen. Hoe zal Hij ons noemen? Herkent Hij in ons zo’n zelfde kracht als bij Petrus? Vormen wij het fundament van de kerk van de toekomst? Zouden wij die kracht in onszelf herkennen? Of twijfelen we nog?

Weten we nog niet hoe we ons tot de kerk van de toekomst verhouden? Maken we er straks deel van uit? Willen en kunnen we dat van harte? Allemaal vragen die we onszelf mogen stellen. Laten we bidden dat wij ons geroepen blijven voelen om met Gods hulp de kerk op te bouwen.

X