Overweging door pastor Wim van Reen

Komende zondag is het beloken Pasen. Het hoogfeest van Pasen is een week geleden, hoe gaan de leerlingen verder, hoe gaan wij verder? Een overweging voor zondag kan ons misschien een stapje verder helpen:

Een week (nog geen) week geleden heeft hier het verhaal van Pasen geklonken. Het verhaal over het lege graf. Het gaat over de ervaring: die geliefde mens is weg, maar de dood heeft niet het laatste woord. Vandaag horen we hoe het verder gaat. Beloken Pasen heet deze zondag. Beloken, dat betekent: gesloten, met de luiken dicht. Dat sluit aan bij de ervaring: de dood, het afscheid, ook in tijden van corona, dat verwerk je niet in één keer, daar is tijd voor nodig.

Ook als je gelooft, als je diep van binnen weet dat de dood niet het laatste is, dan toch roept de leegte die je geliefde heeft achtergelaten vragen op, angst zelfs: hoe moet het nu verder? Kan ik, kunnen wij nog wel verder zonder hem of haar? Hoe moet dat dan? En dan is er behoefte aan afzondering, aan rust. De luiken dicht. Dan wil je het zoveel mogelijk binnen moeten blijven wel begroeten. Even nog niet dat felle licht van buiten, nu nog even niet al die stemmen die, hoe goed gemeend ook, over de toekomst spreken, over verder gaan.

En dan kan het ook gebeuren dat opeens, onverwacht, die overleden geliefde ander er is. Levensecht. Je ziet hem duidelijk, je hoort hoe ze tegen je praat. Velen die iemand hebben verloren, hebben zulke ervaringen. Iemand heeft me eens verteld dat hij zijn vrouw beloofd had goed te blijven eten. En als hij dan zijn potje aan het koken was, in de maanden na haar overlijden, was het vaak alsof zij naast hem stond en tegen hem zei wat hij moest doen. Dan hoorde hij haar duidelijk zeggen: het gas omlaag en blijven roeren in die saus, anders krijg je klonters.

Ook voor de leerlingen van Jezus is het zo. Ze hebben het lege graf gezien, ze weten dat Jezus’ dood niet het einde is, maar ze kunnen het allemaal nog even niet aan. Ze zijn nog opgesloten in hun teleurstelling, hun verslagenheid, hun verdriet. En dan is Jezus er ineens. Levensecht. Hij ademt zijn Geest over hen uit. En hij geeft hen de opdracht om door te gaan met wat hij, samen met hen, begonnen is.

Niet dat ze dat niet al wisten. Iedereen die iemand verliest, weet: ik moet verder, vandaag, of morgen, of hooguit overmorgen. Al is het alleen maar om recht te doen aan degene die gestorven is, of om je belofte aan hem of haar na te komen, dat je niet zult blijven treuren, maar zult leven. Zo weten de leerlingen ook dat ze verder moeten, naar buiten moeten, om Jezus levend te houden in de harten, in het leven van de mensen.

En dan is daar Tomas. Hij heeft nog niet Jezus’ levende nabijheid ervaren. Hij is kritisch. Hij gelooft de anderen niet zomaar, op hun woord. Voor mij maakt dat hem heel herkenbaar. Wie van ons kent geen ongeloof, geen twijfel? Zelfs al heb je ervaren dat een geliefde overledene er op de een of andere manier toch nog is, ook al zie of hoor je hem of haar soms nog, toch is er ook altijd die stem binnen in je, die zegt: maak jezelf nu maar niks wijs. Hij komt niet meer terug, zij is echt weg, voorgoed. Toch is er ook altijd die knagende pijn om het lot van die ander, en om je eigen lijden, toen en nu.
Tomas brengt ons terug bij die werkelijkheid. Hij neemt de pijn, het lijden serieus. Hij wil en kan daar niet overheen stappen. Pasen bestaat niet zonder Goede Vrijdag. Daar herinnert Tomas ons aan. Hij weigert te doen alsof het gemakkelijk is: Pasen. Hij wil eerst tot op het bot gaan van het lijden, letterlijk de vinger leggen op de zere plekken, de gaten die de kruisnagels en de lans hebben achtergelaten, om er zeker van te zijn dat die opgestane niet een ander is dan zijn eigen, lijdende Heer.

En daar ben ik Tomas dankbaar om. Want ik heb er altijd moeite mee als er gemakkelijk wordt heengestapt over pijn. Als mensen doen alsof alles wel meevalt, alsof het een kwestie is van flink zijn, je best doen, positief denken, en dan komt het vanzelf wel weer goed. Als lijden, van jou of van een ander, niet serieus genomen wordt, veroorzaakt dat altijd nog meer pijn. Pijn van niet gezien, niet begrepen worden, van niet mogen zijn zoals je bent. Pijn van alleen zijn, van verlaten worden. En de sporen van het lijden, de wonden van de kruisnagels, ze blijven ook altijd zichtbaar en voelbaar, zelfs na lange tijd.

Maar alleen zo is opstanding mogelijk, door pijn, door verdriet heen. Vandaag horen we: maar het is wél mogelijk. Jezus zelf is er het levend teken van, dat het kan: leven door duisternis, door dood heen. Leven, door muren van pijn en angst heen. Ze bestaan niet meer voor Hem, die muren, Hij komt er zo doorheen en dringt door tot in het binnenste, tot in het hart van zijn leerlingen, ook tot in het verscheurde hart van Tomas.

Vandaag bid ik ons allemaal toe dat wij leren van Tomas, om onszelf en anderen te gunnen om de pijn en de rouw, het verdriet in ons leven, serieus te nemen, het niet weg te stoppen. En dat we dan, net als hij, mogen ervaren dat de luiken toch weer open kunnen, de coronacrisis voorbij, dat er leven is door alles heen. En dat ons dat helpt om te geloven in Pasen: verlossing en opstanding uit alle lijden, uit alle dood. Amen

Pastor Wim van Reen

X