Overweging door pastor Wim van Reen:5E ZON B 2021

Een jaar geleden kregen we te maken met het coronavirus. We herinneren ons nog de beelden van ziekenhuizen in Italië en in Oost Brabant die overstroomd raakten met coronapatiënten. Verdrietige beelden van artsen en verpleegkundigen die ten einde raad waren. Zullen zij zich hebben afgevraagd, waarom overkomt ons dit?

We zien nog bijna dagelijks beelden van mensen op de vlucht voor oorlog en geweld, mensen die honger lijden. Zullen deze mensen zich afvragen, waarom overkomt mij dit? Waar heb ik dit aan verdiend? Waar is God als je Hem nodig hebt?

In de eerste lezing horen we over Job, de in alle opzichten rijke man, die alles verliest. Hij blijft ondanks alles geloven dat God hem draagt. Maar ook hij vraagt zich af: waar heb ik dit aan verdiend? Waarom? Ook hij ziet door alle leed en ellende soms geen uitkomst meer.

Velen zullen zich kunnen herkennen in Job. Mensen verliezen door corona hun gezondheid, hun baan, hun bedrijf, hun verbinding met anderen, hun leven. Zij en wij stellen ook vragen: wat is de zin hiervan? Waarom doet God ons dit aan? Waarom krijgen mensen ernstige ziektes, sterven mensen, zelfs op jonge leeftijd? Waarom? Heel vaak is de waaromvraag echter geen vraag, maar eerder een hartenkreet, of zelfs een vloek die zich verkleedt als vraag.

In het evangelie horen we dat de schoonmoeder van Petrus ziek is. Misschien vragen haar familieleden ook naar het waarom ervan. In die tijd geloofde men dat ziekte en ongeluk een straf van God was, voor fouten uit het verleden. Ze zullen vol zitten met vragen. Maar Jezus staat echter niet stil bij vragen die ze kunnen hebben naar het waarom. Hij gaat naar haar toe, pakt haar bij de hand en zij staat op.

Vervolgens geneest hij velen die ziek zijn en aan allerlei kwalen lijden. Niet vragen naar het waarom, maar naar mensen toe gaan en hen genezen. Dat is wat hij doet.

Jezus laat niet toe dat de boze geesten van het waarom spreken. De waaromvraag is gemaakt om te knagen en zo doet de boze geest zijn werk. Die boze waaromgeest, kan moedeloos en wanhopig maken, want een antwoord komt er niet. Het antwoord dat Jezus geeft, is een uitgestoken hand, een woord van troost, liefdevolle toenadering. Jezus weet dat de boze geesten van het waarom er zijn, maar ze moeten zwijgen. In zijn uitgestoken hand wordt God zichtbaar.

’s Nachts gaat Jezus naar een stille plek om te bidden. Hij gaat niet vragen aan God waarom mensen hun ziekte hebben gekregen of waaraan ze het verdiend hebben. Hij legt alles wat hij heeft gezien en gedaan in de handen van zijn Vader. Jezus hoeft geen antwoord van God, hij stelt Hem geen vraag. Hij legt wat hem bezighoudt neer in het vertrouwen, dat God ook Hem bij de hand neemt, zoals Hij de schoonmoeder van Petrus bij de hand nam.

Betekent dit dat we de waaromvraag naar het lijden niet langer mogen stellen? Vragen naar het waarom hoort bij mensen, bij de menselijke conditie. God heeft al onze vragen al gehoord, voordat wij er woorden aan geven. Hij weet dat de boze geest van het waarom in ons rondwaart.

Hij reikt ons de hand en gaat met ons mee, wetende dat wij Hem vragen zullen blijven stellen. God spreekt ons hierover niet op bestraffende toon toe. Hij zal alles wat wij Hem voorleggen, ook onze vragen met mildheid omgeven, Hij zal ons en alles wat van ons is zegenen, en Hij zal ons optillen.

In zijn Hand mogen we het vragen naar waarom loslaten. Door Hem zijn wij gezien en gekend. Wie zich door God voldoende opgetild voelt, kan net als Jezus iemand anders die in nood verkeert de hand toesteken en zeggen: sta op, je bent nooit alleen.

X