Overweging bij Christus Koning

In mijn woonplaats bestaat het platform minima. Het biedt een plek voor de zwakkeren in de samenleving, voor gezinnen die nauwelijks rond kunnen komen, voor personen die worstelen met ziekte en handicap en overgeleverd zijn aan onbegrijpelijke regelgeving. Mensen aangewezen op de voedselbank. Er zijn altijd mensen aan de onderkant van de samenleving. Mensen die aangewezen zijn op hulp.

In de evangelielezing horen we dat Jezus tegen ons zegt: ik had honger en je hebt me te eten gegeven, ik had dorst en je hebt me te drinken gegeven. Ik was ziek en zat in de gevangenis en je hebt me bezocht. Ik was vreemdeling en jij hebt me opgenomen.

Jezus heeft het niet over zichzelf, maar over de meest kwetsbare mensen, waar ook het platform minima zich voor inzet. Hij laat weten, dat hulp aan kwetsbare mensen gelijk staat aan het helpen van Hem.

We vieren vandaag Christus Koning. Een feest dat vroeger gepaard ging met  pracht en praal. Een hoogmis met drie heren. Er klonken de woorden “Christus overwint, Christus regeert, Christus heerst”. Hij was immers Christus koning.

We moeten die woorden niet verwarren met Jezus als machthebber, maar juist als dienaar. Geen koning, maar herder.

Als wij iemands honger stillen, of dorst lessen, als we iemand bezoeken die ziek is of die gevangen zit in zichzelf of in een cel, als wij ons oog gericht houden op wat mensen nodig hebben om te kunnen leven, dan zal Jezus zeggen: wat je voor de minsten hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.

Het is een goed werk om hongerigen en dorstigen van eten en drinken te voorzien. Mensen kunnen ook honger hebben naar aandacht en medeleven, dorst naar een bemoedigend woord, een schouderklopje. Er schuilt een goed werk in die honger stillen en die dorst lessen.

We verstaan gevangen zitten vaak als je straf uitzitten. Ziek zijn als in het ziekenhuis of thuis op bed liggen. Mensen kunnen ook gevangen zitten in onzekerheid, angst en twijfel. Je kunt ziek worden van roddels, ziek van dat je gemeden wordt en men meteen boog om je heen loopt. Het is een goed werk om naast deze mensen te gaan

staan.

We zien een vreemdeling vaak als asielzoeker, vluchteling. Mensen kunnen ook vreemden voor elkaar worden, als een ander niets met je te maken wil hebben. Een kind kan een vreemde, uitgestoten worden als het niet mee mag spelen. Het is een goed werk om wie vreemd voor je is te begroeten.

In de woorden van het evangelie worden we aangesproken op ons vermogen tot helpen, tot echte verbindingen met mensen te willen aangaan, om elkaar te helpen mens te zijn. En dat kan hulp zijn voor de ziel en voor het lichaam.

Het platform minima heeft aandacht voor mensen die zichzelf niet goed kunnen redden. Het leert kinderen op scholen  wat het zeggen wil te moeten leven in armoede. Aan de hand van een ganzenbordspel, leren zij zich in te leven in situaties van armoede, waar andere kinderen soms in moeten leven. Het is een goed werk te leren over armoede en te weten hoe armoede ingrijpt in het leven.

Op de lijst van meest welvarende landen, waar mensen het gelukkigst zijn, staat Nederland altijd bij de bovenste 5. We leven niet in een arm onderontwikkeld land, maar de gevolgen van armoede zijn ook hier voelbaar en zichtbaar.

Als christenen zijn wij geroepen om oog te hebben voor mensen die hier mee moeten leven. Wij mogen gestalte geven aan de Bijbelse oproep: wat je voor de minsten hebt gedaan, heb je voor mij gedaan. Hiertoe roept Christus Koning, de dienstbare en goede herder, ons op.

 

Pastor Wim van Reen

X