Overweging bij de 3e zondag door het jaar B door pastor Wim van Reen

Uitgezonden worden. Soldaten worden uitgezonden naar Irak, Afghanistan, Mali, Bosnië. Verschillende kloosters en congregaties zonden hun paters, broeders en zusters als missionarissen erop uit, naar Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Tegenwoordig worden priesters uit die landen uitgezonden naar ons. Soms kies je ervoor om uitgezonden te worden, soms word je uitgekozen.

In de eerste lezing kiest God de profeet Jona uit en zendt hem vanuit Israël naar Ninive, een grote stad aan de rivier de Tigris. De stad zou tegenwoordig in Irak bij Mosoel liggen.

Er heerst moord en doodslag. Bewoners moeten zich bekeren. Jona is bang voor wat hem te doen staat. Hij denkt: Ja, daag. Ik ga mooi nie. Hij schuilt voor God op een schip en vaart een andere richting in. Maar wegduiken helpt niet, God ziet ieder mens tot in het hart.

God vindt dat Jona door elkaar moet worden geschud. Dus haalt de hemel een flinke storm uit de kast. Deze doet schip en bemanning beven. Jona wordt overboord gegooid en belandt in de bek van een walvis. Deze zwemt naar Ninive en spuugt Jona op het land. God zegt dat Jona nu toch echt moet gaan. Jona gaat met lood in de schoenen. Een Israëliet gaat tegen mensen in Irak zeggen dat ze slecht bezig zijn.

(bron: unsplash.com)

 

Tot Jona’s verbijstering bekeren de inwoners zich. Ze hullen zich in boetekleren en vragen God om vergiffenis. God had de stad met de grond gelijk willen maken, maar kiest voor vergeving.

Jona had er niet voor gekozen om uitgezonden te worden. De leerlingen van Jezus doen dat wel. In het evangelie roept Jezus hen. De vissers laten hun netten achter en volgen hem. We kunnen het ons bijna niet voorstellen: zomaar alles achterlaten. We kunnen ons misschien beter verplaatsen in het gemoed van Jona met zijn angst en twijfel, het wegduiken, lood in de schoenen.

Hoe kan het dat de vissers hun oude vertrouwde bestaan meteen achter zich laten? De evangelist Marcus wil ons hiertoe op het spoor zetten van geloven in Jezus Christus. Hij wil laten zien dat als Jezus je roept, je hart zo intens geraakt wordt, dat je niets anders meer wilt dan volgen, niets anders meer wilt dan uitgezonden te worden in Gods naam.

Zouden wij op deze manier leerlingen van Christus kunnen zijn? Wat zouden wij doen als Hij ons roept? Zouden we bedenktijd willen, twijfelen we? Willen we ons huidige leven toch graag behouden? Zou er een manier zijn om Hem te volgen zonder alles achter te laten?

Als we ons laten leiden door hetgeen Marcus ons wil vertellen, dan wordt ons hart zo intens geraakt, dat we Christus zullen volgen. Je hart is dan omgevormd tot een bron van liefde. Wat neem je dan mee op je tocht met Hem: vrede in je hart voor wie je onderweg tegenkom, zegen voor alle mensen, verhalen over Jezus waarmee de harten van mensen ook open kunnen gaan.

Wat de boodschap van God in de weg staat, kunnen we achter ons laten: jaloezie, eigenwaan, heerszucht, haantje de voorste willen zijn. Wanneer je hart een bron van liefde wordt, hoeft het achterlaten van wat God in de weg staat, niet moeizaam te gaan.

(bron: unsplash.com)

Vandaag gaat het om geroepen worden door God. Om onze oren en ons hart open te stellen voor Hem. We mogen met zijn boodschap op weg gaan, uitgezonden naar mensen die mensen nodig hebben. Wat God daarbij in de weg staat, mogen we achter ons laten, dat mogen we afleggen. Waar God en medemens mee gediend zijn, mogen we koesteren en uitdragen. Amen.

X