Overweging Beloken Pasen door pastor Wim van Reen:

Een jong gezin heeft jarenlang geprobeerd een bedrijf op te bouwen. Ze hadden veel rode cijfers gehad. De ommekeer kwam en daarmee de hoop op goede tijden. Het was een paasgevoel. Korte tijd later werd bij de jonge moeder borstkanker geconstateerd. Het paasgevoel verdwijnt, de luiken voor hun hart slaan dicht. Bange vragen klinken: hoe erg is het? Hoelang heb ik nog?

We waren opgetogen dat in korte tijd verschillende vaccins ontwikkeld werden tegen het virus. Inmiddels begint her en der toch onzekerheid te knagen, ontstaat er ongerustheid over mogelijke bijwerkingen. Hoe euforie kan omdraaien naar twijfel en angst.

U kunt misschien ervaringen ernaast leggen, die in de buurt komen van hoe een paasgevoel ontstaat en hoe dat gevoel kan verdwijnen en het hart weer op slot gaat. In onze liturgie maken we iets soortgelijks mee. Vorige week was het Pasen: het graf ging open. En vandaag zijn de luiken weer dicht. Beloken Pasen.

De leerlingen zitten bang bij elkaar en Thomas de twijfelaar gelooft niet dat Jezus verrezen is. Hij wil het zelf zien. Hij wil geen sprookjes horen, maar bewijzen zien. Dan staat Jezus plots tussen zijn vrienden. Jezus ziet hun wanhoop, hun angst, hun ongerustheid.

Daarmee kun je Gods opdracht onmogelijk uitvoeren. Daar heb je vertrouwen en vrede van hart voor nodig. Je moet blijmoedig de jas kunnen aantrekken om naar buiten te gaan. Wie ongerust is kan wel over vrede spreken, maar niet laten voelen. En dus zijn Jezus eerste woorden: Vrede zij met U.

Jezus richt zich tot Thomas. Ook hij moet vrede in zichzelf vinden. De onrust van het niet-zeker-weten mag hij loslaten. Ook hij moet Gods werk gaan doen. De vrienden mogen van geluk spreken. Zij hebben Jezus Gods werk zien doen. Jezus over al die generaties die nog komen, die Hem niet hebben gezien, en toch zullen geloven.

Wie Gods werk wil doen en ten prooi valt aan twijfel, angst, onzekerheid, kan over God vertellen, maar zal de vrede van God niet overdragen. Dan wordt de boodschap droge informatie die nauwelijks inspireert.

Jezus wil zijn vrienden van harte met een gerust gemoed en met een goede geest uitzenden op weg met het verhaal van het goede leven. Je kunt alleen op weg gaan als je de heilige geest in je rugzak hebt. Dus ademt Jezus over zijn leerlingen en worden zij overgoten met de vrede en de kracht van de Heilige Geest.

Ze zullen onderweg nog bange momenten meemaken, maar ze zullen hen niet meer doen stoppen. De heilige Geest zal hen telkens kracht geven, om een volgende stap te zetten.

De heilige geest, zal de vrienden van Jezus vertrouwen geven, zal hen zekerheid van hart schenken. Hun bange hart kan tot rust komen. Ze zullen de boodschap weer leren verstaan zoals die bedoeld was. Het gordijn van ongeloof, twijfel en onzekerheid wordt weggenomen.

Jezus zendt hen uit om de harten van mensen te genezen, om ook die harten tot rust te brengen. Daarvoor is nodig dat zonden worden vergeven. Zonde is meer dan een rolletje pepermunt meenemen zonder af te rekenen. Zonde is alles wat het zicht op Gods weg belemmert, alles wat het gaan van zijn weg blokkeert. In het begin van de viering zeiden we al:

Ook wij kennen Gods opdracht, hij zit in ons hoofd. Maar al te vaak niet in onze handen. Onze ogen worden er soms blind voor en we spreken de harde taal van de wereld. We weten dat we tekort kunnen schieten in aandacht voor elkaar.

Als ons zulke zonden vergeven worden, en wij vrijgemaakt worden van onze schaamte over ons gedrag en vrijgemaakt van onze schuld die we hebben opgebouwd, dan kan ons hart weer open gaan. God neemt het oordeel en de schaamte bij ons weg. Er ontstaat ruimte in ons hart voor zijn vrede en dan kunnen ook wij Gods werk weer doen.

We kunnen een paasgevoel hebben en ons paasgevoel weer kwijtraken. Van Pasen naar beloken Pasen. We hebben onze eigen kleine en grote ervaringen hoe euforie kan veranderen in verslagenheid. In die verslagenheid staat Jezus voor ons en zegt: Vrede zij U. Het kan het begin zijn van het hervinden van vertrouwen en vrede in ons hart.

Op de een of andere manier hebben de christenen van het prille begin vrede van God in hun hart gevonden, hebben zij bij zichzelf en bij anderen kans gezien om schoon schip te maken, hebben zij elkaar in het hart gezien en elkaar het allerbeste willen wensen. Waarschijnlijk was dat het zetje dat hen ertoe bewoog om alles met elkaar te delen en te getuigen van de vrede die in hen leefde.

X