Overweging bij de 15e zondag door het jaar A. Evangelie Mattheus 13, 1-23

Regelmatig zien grootouders dat hun kleinkinderen niet meer gedoopt worden. Ze hebben hun kinderen toch gelovig opgevoed. Ze vragen zich af: hebben we het goed gedaan?  Ik vertrouw erop dat ze het beste van zichzelf en van hun eigen geloof hebben doorgegeven. Ze hebben hun eigen gelovige zaaigoed in hun kinderen geplant. Hun kinderen maken soms andere keuzes.

Iemand vertelde enkele dagen geleden in een geloofsgesprek hoe haar kleinkinderen in een processiepark door hun papa verteld kregen over Maria en over Jezus, en hoe de beelden door de kinderen met verwondering werden bekeken. De kinderen vonden het maar wat zielig dat Maria en Jezus dood waren. De papa van de kleintjes oogstte van het zaaigoed dat zijn moeder hem had meegegeven. De oma was trots en blij. Het vraagt geduld en vertrouwen voor je de oogst van het zaaien ziet.

Soms hoor je kerkmensen zeggen: “waarom steken we toch zoveel energie in de eerste communie van kinderen als ze nooit meer naar de kerk komen.” De eerste communie lijkt tegelijk de laatste te zijn. Durf je dan als kerkgemeenschap te vertrouwen op het zaaigoed dat je hebt meegegeven? Durf je erop te vertrouwen dat God de oogst later in het leven zal binnenhalen?

Als je teleurgesteld bent in communicanten en hun ouders, leef je vanuit hoop en vertrouwen? Of heb je de gelovige handdoek in de ring gegooid? Kun je nog met vreugde aan ouders en kinderen vertellen over Jezus en God? Is de rappe oogst die wij zelf graag willen zien, dezelfde oogst die God voor ogen heeft? We mogen niet vergeten dat de oogst niet kan worden afgedwongen.

Ik geloof van harte, dat God met ouders en kinderen op weg gaat, die de kerk niet bezoeken, en ik geloof dat het niet aan mij is om te oordelen over de keuze die zij maken.

Natuurlijk is het fijn om met grootouders, ouders en kinderen samen te kunnen vieren. Dat zouden we graag in familiecatechese willen gaan doen. Maar zolang dat nog niet gebeurt, kunnen we over onze vreugde over de boodschap vertellen, kunnen wij laten zien waar wij van leven en hoe wij leven. En verder leggen we het in de hand God.

 

 

Jezus vertelt vandaag over zaaien en oogsten. Hij haalt beelden uit het boerenland erbij. Soms, zegt Jezus, valt zaaigoed op rotsgrond en is er geen oogst. Soms valt het tussen distels en onkruid en is de oogst gering. Maar als het in goede aarde valt, zal er veel geoogst worden.

Zaaien en oogsten hebben voor Jezus te maken met vertrouwen in de wereld van God, in de kracht van de liefde. Het is niet voor niets dat hij Gods Rijk vergelijkt met een mosterdzaadje. Het Rijk begint heel klein, en groeit uit tot iets groots.

Zaaien vraagt om vertrouwen. Vertrouwen in groeikracht, en dat het tijd kost voordat je kunt oogsten. Wie in kerkenwerk tot zaaien overgaat, is niet persé dezelfde die de oogst binnenhaalt. Zaaien in kerkenwerk vraagt geduld, geloof en vertrouwen. En wanneer je het wachten niet uithoudt, dien we ervoor te waken, dat we anderen de oogst voorhouden die wijzelf belangrijk vinden.

Zullen kinderen van nu later geregeld naar de kerk gaan, hun eigen kinderen laten dopen? We weten het niet. Zijzelf weten het waarschijnlijk ook nog niet. Zullen zij mensen worden die leven met de boodschap van Jezus? Wie zal het zeggen? Zaaien vraagt om vertrouwen.

Hoe zit het met ons eigen geloof? Bevindt het zich in vruchtbare grond, wordt het omringd door distels en onkruid, ligt het op rotsgrond? Durven we vertrouwen op God, die de oogst ook voor ons gaat binnenhalen?

Uiteindelijk is Jezus als graankorrel in de aarde gezaaid. Een graankorrel moet sterven, wil hij nieuw leven voortbrengen. Deze ene graankorrel heeft de levens van miljoenen mensen door de eeuwen aangeraakt. Wie had ten tijde van Christus ooit van zo’n grote oogst durven dromen?

Pastor Wim van Reen

X