Lezingen en overweging bij de 33e zondag door het jaar A (15 november).

 

Lezing uit het boek Spreuken 31,10-13.19-20.30-31.

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Haar waarde gaat die van koralen ver te boven!
Het hart van haar man vertrouwt op haar en het zal hem aan winst niet ontbreken.
Zij brengt hem geluk, geen ongeluk, alle dagen van haar leven.
Zij zoekt zorgvuldig wol en linnen uit en doet ermee wat haar handen aangenaam vinden.
Zij strekt de handen uit naar het spinrokken en houdt de weefspoel in haar vingers.
Zij opent haar hand voor de behoeftige en strekt haar armen uit naar de misdeelde.
Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid vluchtig, maar een vrouw die Jahwe vreest, moet geroemd worden.
Bejubelt haar om de vrucht van haar handen en roemt haar in de poorten om haar werken. 

Evangelie volgens Matteüs 25,14-30.

In die tijd hield Jezus zijn leerlingen de volgende gelijkenis voor: Het zal met het rijk der hemelen zijn als met de man die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn dienaars bij zich riep om hun zijn bezit toe te ver­trou­wen.

Aan de een gaf hij vijf talenten, aan de andere twee, aan een derde een, ieder naar zijn bekwaam­heid. Daarna vertrok hij. Die de vijf talenten gekre­gen had, ging er terstond mee werken en verdiende er vijf bij. Zo verdiende ook degene die de twee gekregen had, er twee bij. Maar die dat ene had gekregen, ging een gat in de grond graven en het geld van zijn heer verbergen.
Een hele tijd later kwam de heer van die dienaars terug en hield afrekening met hen.
Die vijf talenten gekregen had, trad naar voren en bood nog vijf talenten aan met de woorden: Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd; ziehier, vijf talenten heb ik erbij verdiend. Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer. Nu trad die van de twee talenten naar voren en zei: Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; ziehier, twee talenten heb ik erbij verdiend. Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer. Tenslotte trad ook die het ene talent had gekregen naar voren en zei: Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt, die oogst waar gij niet gezaaid hebt en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid. Daarom was ik bang en ben uw talent in de grond gaan verbergen. Hier hebt ge uw eigendom terug. Maar zijn meester gaf hem ten antwoord: Slechte en luie knecht, je wist dus dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb en binnen­haal waar ik niet heb uitgestrooid? Daarom had je mijn geld bij de bankiers moeten uitzetten, dan zou ik bij mijn komst mijn bezit met rente teruggekregen hebben. Neemt hem dus dat talent af en geeft het aan wie de tien talenten heeft. Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft. En werpt die onnutte knecht buiten in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.

Overweging

Een man reist naar het buitenland en hoeft niet in quarantaine. Dat waren nog eens tijden. Hij verdeelt zijn bezit onder drie knechten. De een krijgt 5 talenten, een volgende krijgt er 2 en de derde krijgt 1 talent. Een talent staat voor ongeveer 20 jaar arbeidsloon. Hoe dan ook de man heeft heel wat te verdelen.

De knecht die 5 talenten kreeg gaat er mee aan de slag en die met de 2 ook. Die met het ene talent, begraaft het. Van 5 talenten weet de eerste knecht er 10 te maken, de tweede knecht verdubbelt het zijne ook tot 4, maar die met 1 blijft bij 1.

Als er in het evangelie getallen en cijfers voorkomen, dan hebben die vaak een bijzondere betekenis. Vandaag gaat het om de cijfers 5, 2 en 1. Er is nog een andere plaats in het evangelie waar 5 en 2 samen gebruikt worden, namelijk bij de wonderbare broodvermenigvuldiging, want daar zijn 5 broden en 2 vissen.

Mattheus de evangelist heeft een bedoeling met de cijfers. De 5 verwijst voor hem naar de 5 boeken van Mozes, die samen de joodse Wet worden genoemd. In die boeken staat een belangrijk deel van de geschiedenis van het Joodse volk met hun God. De schepping wordt erin beschreven, de Ark van Noch en de zondvloed komen er in voor, de toren van Babel, de Aartsvaders Abraham, Isaak, Jakob en Jozef volgen elkaar op, waarna de uittocht uit het beloofde land volgt met Mozes als gids door de woestijn. Op die tocht ontvangt het volk de richtlijnen voor goed samenleven: de 10 geboden.

Deze 5 talenten krijgt de knecht in handen en hij gaat er mee werken. En dat is volgens Mattheus ook de bedoeling, dat je werkt met de Wet. Jezus had zelf de Wet samengevat in twee zinnen: Heb God Lief! En Je naaste als jezelf!

De 2 talenten verwijzen voor Mattheus naar de twee pijlers van het Joodse geloof, de Wet en de Profeten. De profeten waren de mannen en vrouwen, die het volk voortdurend een spiegel voorhielden als ze weer eens de weg van God verlaten hadden en elkaar naar het leven stonden of simpelweg voor eigen gewin gingen. De knecht die de 2 krijgt gaat ermee aan de slag. En dat is precies wat Mattheus ons wil laten horen. Met de Wet ga je aan de slag en je houdt je oren open voor wat de profeten je te zeggen hebben.

En dan is er nog dat ene talent. Voor Mattheus verwijst 1 naar God die alles omvat, die Alfa en Omega is, die de Oorsprong en Voltooiing is, die de Bron en het Doel is van al wat leeft. De 1 omvat daarmee zowel de 5 als de 2. En als er al een talent is waardoor je je geleid mag weten en je aangespoord mag voelen om werk te maken van het Rijk van God, de wereld van liefde, recht en vrede, dan is het wel dit ene talent. En uitgerekend dit talent wordt begraven. Bang om ermee aan de slag te gaan, bang voor verlies voor vermindering. Angst is een slechte raadgever.

Bij terugkomst beloont de meester de twee knechten die hun talenten hebben verdubbeld. Die met dat ene talent wordt lui en slecht genoemd en buiten geworpen in de duisternis. Als je niet handelt met je talent, als je niets onderneemt, dan verandert er niets, blijft alles bij het oude. En dat is niet de bedoeling volgens Mattheus. Jezus kwam iets nieuws brengen en dat mogen we uitdragen.

De talenten in de bijbel hebben in ons taalgevoel een andere betekenis gekregen, namelijk onze eigenschappen, onze krachten, onze creativiteit, onze talenten. Als we met dit in het achterhoofd naar de lezing kijken, mogen we erkennen, dat wij onze talenten ook mogen inzetten voor Gods Wet en dat ook wij in de spiegel mogen kijken als de profeten ons die voorhouden. Zetten we onze talenten op de juiste manier in? We hoeven niet het onmogelijke te realiseren, maar wel is het hoogst haalbare van ons gevraagd.

De sterke vrouw uit de eerste lezing is een mooi voorbeeld van hoe een vrouw, echtgenote en moeder, haar zorg en dienstbaarheid schenkt aan haar gezin en haar omgeving, waar anderen ook haar talenten nodig hebben.

Welke talenten bezitten wij, bezit u, bezit ik? Zet ik die voldoende in om mijn en uw wereld te verbeteren? Durf ik als het nodig is, om het talent van een ander te vragen als ik zelf hulp nodig heb? God heeft ons allen onze talenten geschonken, opdat wij er samen het beste van maken.

Misschien moeten we ons hierin niet teveel voornemen, want voornemens zijn in principe voor 1 januari en op 2 januari kun je ze beter loslaten, want ze gaan je in de weg zitten, als blijkt dat je maar niet uit je stoel komt om de wereld te verbeteren. Je kunt beter kijken wat je doet op het moment dat je iets doet. Geniet van dat gezegende moment, dan komt je talent tot zijn recht.

X